woensdag 21 juli 2010

Oerang oetans kijken

Vroeg opgestaan. Het onweer heeft vannacht flink huisgehouden. Het heeft de hele avond en nacht water gegoten maar nu is het rustig. We hebben met onze gids Ruslan afgesproken aan het centrum van WWF en Unesco. Voor een tocht in het park liggen de prijzen vast maar een goede gids is belangrijk. Ruslan is bioloog en verbonden aan het centrum dat het reservaat beheert. We zijn 20 minuten te laat op onze afspraak maar dat is hier in Indonesië nooit erg. Hij laat ons zelfs nog wat wachten zodat de paden in de jungle nog wat kunnen uitdrogen. We vertrekken aan een brug over de Bohorokrivier en gaan via privaat gebied naar het nationaal park. Ruslan legt uit dat de boeren rondom het park van cruciaal belang zijn omdat zonder hen het wildbestand niet kan worden beheerd. Volgens hem is de invloed van het ecotoerisme zeer belangrijk omdat de boeren daardoor sinds 2001 langzaam zijn beginnen te begrijpen dat het wildbestand een positieve invloed heeft op hun inkomen. Daarvoor werd elke aap die op hun terrein kwam gewoonweg afgemaakt. En apen kennen natuurlijk geen grenzen. Zijn uitleg wordt direct bevestigd als we bij een rubberplantage passeren. De boer komt naar me toe en geeft me een koekje om apen te lokken. Rondom zijn erf zit namelijk een groepje Thomas Leaf apen. Ruslan laat me onmiddellijk het koekje neerleggen en geeft me een paar ramboetans, de lokale lichee waar apen verzot op zijn. Thomas Leaf apen zijn bij ons niet gekend maar ze zijn prachtig om zien en enorm behendig. Ze kunnen ongeveer 8 meter ver springen. Ze blijven dichtbij maar ze komen niet naar beneden. Wel houden ze ons nieuwsgierig in de gaten.

Als we het natuurpark zelf binnengaan is het eerst afzien. Steile hellingen die slecht begaanbaar zijn en er door de overvloedige regen van vannacht noch zeer sompig bij liggen. Maar het blijft jungle. In de verte horen we af en toe het gekrijs van een vogel. De Argusfazant die we jammer genoeg niet te zien krijgen. Een prachtige vogel met een enorme staart. In Planckendael tonen ze bezoekers een filmpje van het baltsgedrag van deze vogel. Ik had hem zeer graag eens in het echt gezien.
Na een uurtje wandelen worden we plots omsingeld door een groep langstaartmakaken. Een 30-tal apen met veel jonge dieren op de buik van de moeder. Ze zijn echt stoutmoedig en komen gewoon vruchten stelen bij de gids. Oscar en Alice krijgen ramboetans in de hand en delen met veel plezier het cadeautje uit. Hoe leuk dit ook is, we missen nog steeds waarvoor gekomen zijn.



Maar Ruslan stelt ons gerust en toont ons even later hoog in de boom een moeder oerang oetang met een jong van 3 jaar. We zijn in de zevende hemel. Ruslan vraagt of we tijd hebben en een halfuurtje willen wachten. De langstaartmakaken die nog steeds in de buurt zijn, moeten eerst wegtrekken. Oerang oetans zijn veel sterker maar zijn bang van die apen in groep. Als de langstaartmakaken weg zijn, komt de mama Oerang oetan op haar duizenden gemakjes naar beneden. Ruslan werpt haar wat vruchten toe en we kunnen haar op alle gemak bewonderen. Ook het jong komt tot op een 4 meter van ons hangen. We blijven nog een half uurtje vertederd kijken en laten dan de familie gerust.
Onderweg krijgen we nog veel uitleg over planten en bomen - waar het merantihout vandaan komt bijvoorbeeld - en we horen in de verte witwanggibbons maar krijgen hen niet te zien. Twee uur later ontdekken we een tweede mama oerang oetan met kind maar ze heeft al een nest gemaakt en ze is zeer moeilijk zichtbaar. Als we op een open plek nog wat uitrusten en zelf ramboetan met ananas eten, zie ik plots een grote oerang oetan naar ons kijken. Zelfs mijn verwonderde kreet “daar” schrikt hem niet af. Hij komt op zijn gemakje naar ons toe en grijpt het fruit uit de kinderen hun handen. Volgens Ruslan is het een pubermannetje van 13 jaar oud die nog in het rehabilitatiecentrum komt. Het maakt de kinderen niets uit en dolenthousiast geven ze hem al ons fruit. Ze dopen hem spontaan Louis naar Koning Louis uit jungle book van Rudyard Kipling. Het is aandoenlijk hoe de aap op zijn gemak het fruit pakt uit de handen van onze kinderen. Ze kunnen de handen van de aap goed aanraken en vertellen ons dat hij ongelofelijk zacht aanvoelt. Louis is natuurlijk nog geen wilde aap maar een aap in opleiding die al deeltijds in het wild verblijft. Voor de kinderen fantastisch om te zien.
Er zijn nog ongeveer driehonderd oerang oetans in het wild in Sumatra. Op Borneo nog eens tweehonderd en dat is het. Daarmee is dit de meest bedreigde apensoort ter wereld. WWF doet hier beestenwerk. Ik denk dat we lid worden als we terug thuiskomen. Als we vragen aan de kinderen wat het leukste was op reis, dan is het antwoord snel gevonden. Met stip op één onze ontmoeting met de oerang oetans, op twee de rit met de olifanten. Als we ‘s middags uitrusten op ons hotelkamertje zien we van op ons terras aan de overkant van de Bohorok rivier een groepje van 5 Witwanggibbons van boom naar boom slingeren. Van op onze penthouse kijken we gefascineerd toe. Als we wat groter en sterker zijn, dan gaan we beslist een jungle toer van 5 dagen doen. Maar eerst nog wat groeien, bananen, ananas en ramboetans eten want daar worden apen sterk van. Fabrice

dinsdag 20 juli 2010

Penthouse in Bukit Lawang

Tankahan was schitterend maar hard. Uiteraard geen enkel comfort in de jungle. Enkel een klamboe en een hard bed waar je elke morgen wakker wordt met een pijnlijke rug. We hadden weliswaar de luxe cottage met echt toilet (zonder doorspoelbak). Maar wel vol mieren, minstens honderden op het toilet zelf waardoor zelfs Leon liever op het hurktoilet ging zitten (alhoewel, veel zitten is er niet aan). Maar Mega en zijn staf zorgden wel voor sfeer in de jungle. En nu weten de kinderen dat de jungle hard is. Bukit lawang zal hetzelfde zijn, dus dat wordt nog twee dagen afzien.
Als we na een hobbelige jeeprit van drie uur eindelijk aankomen in de stad, worden we gedropt aan een soort parking. Iemand van de organisatie waarmee Van Verre werkt staat ons op te wachten, samen met iemand van het hotel waar we hebben gereserveerd. Tussen die twee ontstaat een fikse discussie. Bukit Lawang is wereldberoemd voor het opvangcentrum van oerang oetangs dat door WWF en Unesco Werelderfgoed wordt uitgebaat. Om het nationaal park binnen te mogen heb je een gids nodig en daar speelt de economie een rol. Hiervoor wordt big money gevraagd. Dus wilden ze ons alle twee zo’n gids aansmeren. Maar uiteindelijk klaart alles op en kunnen we naar ons hotel stappen dat zo’n twee kilometer langs de rivier de jungle in ligt. Onderweg valt het op dat veel huizen zijn verwoest en dat meer dan normaal wordt herbouwd. De gids vertelt dat in 2003 een stortvloed uit de bergen naar beneden is gekomen en dat veel van de huizen zijn meegesleurd. Eindbalans: 254 doden (10 % van de bevolking) en 11 hotels volledig verwoest. Toen ook de toeristenbusiness na de tsunami in 2005 tegenviel heeft de stad erg geleden. Enkel de laatste jaren komen er opnieuw toeristen. Ons hotel Jungle Inn ligt letterlijk achteraan in het dorp maar tot onze grote verassing ziet het er prachtig uit. We krijgen de familiekamer (kamer 0) op de bovenste verdieping (vier hoog met een prachtig uitzicht op het nationaal park Gunung leuser en op de rivier met rondom een mooi terras. Vanop het terras zien we uit op het rehabilitatiecentrum. Met een zacht bed en een luxe badkamer met douche en ligbad. Weliswaar enkel koud water maar wat een luxe, en we waren net op het ergste voorbereid. We spreken af met onze gids voor morgen. De dagtocht lijkt ons te zwaar voor Leon maar de tocht van 3 uur moet ons lukken. 15 € per persoon is vast tarief inclusief permit om het park binnen te mogen. Voor een dagtocht is het 25€. De prijs wordt hier in euro’s berekend, want blijkbaar komen enkel Europeanen hier naartoe.


Als we ons verfrist hebben, van onze twee dagen jungle in Tangkahan, staan Alice en ik op ons terras naar het regenwoud te staren en hebben we een leuk gesprekje. Plots begint ze te gillen en te springen. Aan de overkant van de rivier ziet ze in een boom een oerang oetang. Oscar, Leon en Sylvie komen ook aangelopen en inderdaad, ongeveer 100 m verder zien we waarvoor we de oceaan zijn overgestoken. Een grote rosse plek die zich langzaam beweegt in de bladeren van een enorme boom. Met de verrekijker van Oscar proberen we beter zicht te krijgen. Omdat de enorme aap langzaam opschuift naar het park besluiten we naar beneden te gaan en hem van aan de oever te bekijken. Ondertussen klinkt in de verte gedonder. Na een tiental minuten wachten zien we de aap elegant via een liaan een stroompje oversteken naar het oerwoud toe. Tot onze verbazing direct gevolgd door een jong. Hangend als een acrobaat aan een touw. Dolle pret bij de familie. We proberen ze nog verder te volgen maar dat is moeilijk. We staan ondertussen aan het verste punt van het dorp op de houten brug waar het overzetbootje van het opvangcentrum ligt. Plots horen we een enorm gedreun en geruis en in de verte komt een immense watervloed aan. De rivier zwelt aan en sleurt bruine modder, takken en bomen met zich mee. We zetten het op een lopen want normaal is dit niet. Op een seconde is de rustige rivier een kolkende watermassa en het water komt tot ver over de oevers. Maar de mensen van ons hotel stellen ons gerust: geen paniek. Het is niet normaal, maar alles lijkt onder controle. Er komt geen herhaling van de ramp in 2003. Na een uur of twee neemt de stroming in sterkte af. Wel begint het ook hier in het dorp te regenen en te onweren. Het onweer is gigantisch en af en toe lijkt het alsof de bliksem naast je inslaat. Als we in onze kamer toekomen zijn we kleddernat van 200 meter ver te lopen. We zitten midden het tropisch regenwoud en dat hebben we geweten. De kinderen zijn onder de indruk van zoveel natuurgeweld maar we hebben met onze eigen ogen een oerang oetang gezien. Onze reis kan niet meer stuk. Fabrice

Olifanten wassen



Vandaag gaan we voor het eerst echt in het nationaal park. Met stijl. Op een olifant als een Maharadja in zijn gloriedagen. We gaan eerst naar het olifantencenter, zo’n 15 minuten te voet van de Mega Inn. Het is 9 uur en al broeierig heet. Als we bij het centrum aankomen is één van de olifantenhoeders de kleinste olifant aan het voeden. Oscar wordt direct gevraagd om te helpen wat hij met veel plezier doet. Een brok brij zo groot als een grote tennisbal wordt rechtstreeks in de mond gebracht en behoedzaam eet de olifant het goedje op. Oscar doet het met flair. Alice en Leon durven eerst enkel de olifant te aaien. Begrijpelijk, echt wel een groot beest. Als ook de grote olifanten erbij komen wordt het even spannend. Een kudde van zes van die kolossen is echt wel imposant. Nog nooit zo klein gevoeld maar de kinderen zien het helemaal zitten. Eerst moeten de olifanten gewassen worden in de rivier. Alice en Oscar gaan meteen mee met de hoeders en onder hun waakzaam oog doen ze flink hun best. Ook achter hun oren worden de beesten mooi gewassen, zonder morren. Leon is na een poosje ook zo flink om mee te wassen onder begeleiding van zijn broer. Daarna mogen we ze gaan berijden. Een rit van één uur door de volle jungle. Met de jongens bij mij op een olifant en de meisjes met een tweede steken we de rivier over en op een onmogelijk paadje trekken de jumbo’s ons de heuvels in. Steil omhoog en als je op zo’n tweetonner zit, is het nog net iets akeliger. Onze olifant Ardana, zo’n 38 jaar en een lichte 2.200 kg zwaar volgt rustig de groep. Het gaat heel steil door een dichtbegroeide jungle. De olifanten zijn eigendom van de Indonesische staat en een paar keer per maand gaan ze werkelijk op olifantenpatrouille door de jungle. De andere dagen worden ze ingezet voor de toeristen of worden ze gebruikt om bomen te verslepen. Het valt op dat de begeleiders met de dieren heel respectvol omgaan en dat de olifanten heel goed luisteren naar de orders. De ondergrond in de jungle is heel sompig en op sommige plaatsen zakken de beesten tot over hun enkels in de blubber. Op veel plaatsen zouden wij gewoon vastzitten. Handige beesten. En de kinderen zijn er helemaal dol op. Na een uur komen we in de buurt van het centrum en moeten we de rivier weer over. Uiteraard gaan de beesten spontaan met de slurf in het water en komen er wat fonteinen aan te pas. Superdagje en de kinderen superblij. En nu met de junglejeep naar Bukit Lawang, wat het hoogtepunt van onze reis zou moeten worden. Fabrice

maandag 19 juli 2010

Tangkahan: Into the jungle

Er is elektriciteit van zes uur ‘s avonds tot 12 uur ‘s nachts. Daarna gaan de lichten onherroepelijk uit en wordt alles pikdonker. Moet je naar het toilet, dan kun je best je zaklamp bovenhalen. Zeker als je niet boven een hoop mieren wilt gaan zitten. En de geluiden van de jungle zijn super, maar ze houden je soms wel uit je slaap. De ochtend was dus langzaam begonnen. Meestal is Leon de eerste die zijn ogen opendoet en dan even aan die van mij begint te trekken. Maar Alice had ’s nachts apen gehoord en Oscar maakte al plannen om meteen te gaan zwemmen in de rivier. En dat maakt al veel goed. We moesten pas om 11 uur klaar zijn voor het tuben, dus we hadden alle tijd. Rustig ontbeten met toast en alweer ei - we gaan op den duur nog een indigestie krijgen van al die eieren! En dan nog een paar spelletjes Uno met z’n allen, is altijd leuk om de tijd te doden want ze zijn hier niet van de rapsten om ons een ontbijt te geven.
Het rivierwater blijkt helder maar koud. Maar vooral leuk is de stroming die erop zit. Alice en Oscar zijn als twee vissen in het water. Ze laten zich dan ook met veel plezier meevaren met de stroom. Leon is voorzichtiger maar aan het handje van papa durft hij uiteindelijk toch het water in. Tevasandalen zijn hier een goed idee (Marie, tip, ofwel waterschoenen) omdat er heel veel keien op de bodem liggen en je voeten dan geen pijn doen.
Tegen elf uur staan we klaar om te gaan tuben, benieuwd wat we mogen verwachten want we hebben eigenlijk geen idee. Een Nederlands echtpaar met een zoontje van zes gaat met ons mee. We waren ze gisteren al tegengekomen in het restaurant waar we onderweg zijn gestopt. Blijkt dat er vijf grote binnenbanden van een vrachtwagen klaarliggen waar we mogen opzitten. En we krijgen twee boys mee, één vooraan en één achteraan. Misschien klinkt dat wat eenvoudig maar het was gewoonweg super. Zachtjes glijden we met de stroom mee, de jungle in, om dan even later in een paar stroomversnellingen terecht te komen. De kinderen joelen het uit. Zo wijs! In een prachtig decor van palmbomen en bamboe. Echt onbeschrijflijk. Jammer dat we geen foto’s kunnen tonen want uit schrik voor water op ons fototoestel hadden we het niet mee. Maar de Nederlanders hebben een paar foto’s gemaakt die ze ons gaan doorsturen.
Middagpauze is nog leuker. We stoppen aan een klein strandje waar we te voet door een zij-inham van de rivier moeten op weg naar een heuse waterval met een klein meertje waar we kunnen zwemmen. Echt super leuk. De kinderen genieten. En wij ook natuurlijk. Bovendien krijgen we ter plekke ook nog een lekkere lunch van nasi goreng voorgeschoteld met als toetje ananas en ramboetan. Wat zijn die laatste heerlijk! Ze lijken op lychees maar smaken veel zoeter. Zeker proberen als je die in de winkel bij ons ziet liggen!
Na een lange pauze van een uur of twee, kunnen we weer het water op. Zalig genieten is dat. Aan het eind van de rit keren we te voet terug, door kleine dorpjes echt in the middle of nowhere. We krijgen nog meer ramboetans maar ook manggis te eten. Die laatste zijn zoetzure vruchten met een harde bruine schil met van binnen witte vruchtpartjes. Echt heel lekker! Vinden de kinderen trouwens ook. Daarnaast krijgen we ook durian te proeven, de stinkvrucht, weet je nog. Ze stinkt echt en we vinden ze ook echt niet lekker. We stappen nog een half uur door de jungle en de dorpjes om dan heel enthousiast en voldaan naar ons hotel terug te keren. Morgen mogen we olifanten wassen en op een olifant zitten. Hopelijk wordt dat even leuk als vandaag!

zondag 18 juli 2010

Kennismaking met Sumatra

Het ontbijt in Deli River was lekker. Toast met gekookte eitjes en een vers sapje. Meteen genoeg om er tegenaan te kunnen voor de dag. Omdat het eiland moeilijker bereisbaar is dan Java en Bali hebben we de Nederlandse reisorganisator Van Verre onder de arm genomen. Zij hebben de route voor ons uitgestippeld en een aantal hotels gereserveerd. Ik twijfel nog een beetje of dat een echte meerwaarde zal betekenen maar we zullen zien. Als we het niet proberen, weten we het nooit. Om negen uur staat Udin, onze chauffeur voor de deur. Een hartelijk en goedlachs man. Dat zit dus al goed. We krijgen een kaart van Sumatra en een plannetje met ons programma voor de volgende dagen. Vandaag een lange rit voor de boeg, langs slechte wegen, door kleine dorpjes en rubber- en tabaksplantages. Super! We kijken onze ogen uit. Palmolieplantages, rubberbomen, maar ook dorpjes vol leven, mensen langs de kant van de weg, en - alweer - ontelbare brommertjes. Soms zitten ze er met de hele familie op: mama, papa en drie kinderen, op één brommertje. Of ze vervoeren er manden mee, torenhoog. We hebben zelfs al eens iemand zien rijden met een tafel en vier stoelen op zijn brommer, of zelfs met het kader van een tweepersoonsbed, waar iemand dan middenin zat. Ongelooflijk soms. Langs de kant van de weg overal verkoopstalletjes. Het is de ideale tijd voor ramboetans en durian. Ramboetans zijn rode fruitbolletjes met stekels. Durian wordt ook stinkfruit genoemd. We zijn de vrucht op onze reizen vroeger vaak tegengekomen omdat er in hotels meestal bordjes staan dat je geen durians mag binnenbrengn omdat de vrucht zo stinkt maar we hebben ze nog nooit geprobeerd. Moeten we beslist eens doen.
Na de dorpjes komt de jungle steeds dichterbij. In tegenstelling tot op Java komen we hier wel langs wegen waar alleen de natuur nog de bovenhand heeft. Als we even later met onze minibus door het water heen rijden, vinden Alice, Oscar en Leon het fantastisch. Ze gieren het uit. Veel levende dieren zien we niet, behalve twee ijsvogels.
Na een dikke vier uur komen we aan in het dorpje Tangkahan. Het is er een drukte van jewelste. Om in ons hotel te geraken moeten we met een boot de rivier over, maar we zijn blijkbaar niet de enigen die dat doen. Het is zondag en er staan honderden mensen die hun vrije dag aan de rivier hebben doorgebracht, te wachten om overgezet te worden. De overzetboot lijkt op een pondje, een houten vlot op lege tonnen waarop mannen met lange stokken je naar de overkant duwen. Gelukkig zijn er genoeg mannen die je helpen met onze bagage, al hebben we alleen het hoogstnodige mee. Aan de overkant van de rivier ligt het Gunung Leuser Nationaal park. We worden in ons hotel welkom gegeten in het Nederlands. Alle toeristen die hier voet aan wal zetten, blijken Nederlanders te zijn. Hun koloniale verleden zijn onze noorderburen nog duidelijk niet vergeten. Vandaar dat ook de plaatselijke bevolking haar best doet om er af en toe een woordje Nederlands tussen te gooien. Alle aandacht gaan alweer naar Leon die met zoveel sympathie absoluut geen blijf weet. We krijgen een kopje thee als welkomstdrank en worden pas een uurtje later naar onze kamers gebracht. Alles gaat hier op het gemakje en van haast hebben ze nog nooit gehoord. Waarom zouden ze. We krijgen twee hutten in de jungle toegewezen, met in de verte zicht op de rivier. Alleen: ze vinden de sleutels niet meer! Dus moeten we nog langer zitten wachten om onze kamer binnen te kunnen. Meteen wordt ook onze planning voor de volgende dag besproken. De olifanten wassen kunnen we morgen niet doen, wel overmorgen. Voor morgen stellen ze ons een dagje tuben voor. Kostprijs voor het tuben: 10 € per persoon, voor de olifanten bijna 25 € per persoon. (Marie en Laurent: wij betaalden 150.000 Rp voor het tuben, 350.000 voor de olifanten; Sumatra is redelijk duur op dat vlak) Ze hebben hier blijkbaar weet van Europese prijzen. Vreemd dat Van Verre daar niets van heeft gezegd, maar veel keuze om te onderhandelen is hier niet: er is maar één organisator van het hotel. En we zijn nu eenmaal daarvoor gekomen.
Uiteindelijk krijgen we één van de kamers open en halen ze bij de tweede kamer gewoon het slot eruit. Ja, we zijn hier in de jungle zeker? Geen probleem. Al is het even wennen. Onze kamer is heel erg primitief. Alleen een bed met een klamboe, een bak met water en een potje en wonder boven wonder geen Indonesisch toilet (een hurktoilet zoals de Fransen) maar een gewoon toilet zoals bij ons. Vooral Leon is daar super blij mee. Hij had eerder op de dag al vreselijk van zijn oren gemaakt dat hij op zo’n ander toilet nooit van zijn leven wou gaan. Als dat maar goed gaat, dacht ik nog. Het is al zo’n zindelijk manneke, moeten we notabene met hem de jungle in.


Op het menu ‘s avonds staan ook al niet te veel westerse dingen, de kinderen hebben dus geen keuze en moeten de Indonesische toer op. Vooral voor Oscar en Leon is dat soms moeilijk. Bovendien moeten we ook veel te lang wachten op ons eten en brengen ze de borden van alle tafels gewoon door elkaar. Op het eind weet Leon helemaal niet meer waar hij het heeft. Hij is zo moe en wil bijna niet meer wachten op zijn eten. Uiteindelijk krijgen we door dat we altijd de dag voordien of ‘s morgens ons eten moeten bestellen voor ’s avonds, anders krijgen ze het niet georganiseerd. Alweer de jungle zeker?
We gaan uiteindelijk met gemengde gevoelens slapen. Was dit wel een goed idee? Gaat dit wel goed komen? Wordt het niet te zwaar voor de kinderen? Zelfs ’s nachts zullen we een paar keer denken: wat liggen we hier te doen in een slecht bed, midden in de jungle terwijl het thuis zo goed is? En terwijl de Gentse Feesten beginnen! Gelukkige zullen onze twijfels de volgende dag verdwijnen als sneeuw voor de zon.

zaterdag 17 juli 2010

Tropisch Sumatra

Samen met Borneo (of Kalimantan zoals dit deel van het eiland in Indonesië noemt) stond Sumatra hoog op onze verlanglijst. Het nog ongerepte deel van het regenwoud en zijn tropisch klimaat is zeker een reden, de confrontatie met grotere zoogdieren in het wild doen jongetjes dromen. Sumatra is ook het eiland van de tsunami, verwoestende aardbevingen en het harde dagelijkse leven. Van met uitsterven bedreigde diersoorten zoals de oerang oetang, de Sumatraanse neushoorn en tijger. Een nieuw eiland, een nieuwe beleving dus.
Het is al laat als we in Sumatra aankomen. Acht uur ’s avonds gepasseerd dus al pikdonker. De kinderen zijn moe. Leon was tijdens de landing in slaap gevallen en kon in de auto met moeite zijn ogen openhouden. Even later volgden ook Alice en Oscar. Fabrice en ik geraken echter niet uitgekeken. Sumatra is anders, zo anders dat je zelfs het gevoel hebt in een ander land te zijn terechtgekomen. Medan is de hoofdstad van Sumatra, en een miljoenenstad, maar op veel plaatsen met de charmes van een plattelandsdorp. Veel verkeer natuurlijk, maar een stuk minder dan op Java, of zou dat zijn omdat het zondag is?. Opnieuw becaks ook, maar nu met een brommertje en het aanspan langs de zijkant in plaats van voor een fietser zoals op Java. Donkerder mensen, ruwer en harder ook. Minder glimlachen, een beetje stuurs maar toch vriendelijk.
De ontvangst in ons hotel Deli River in Medan is aandoenlijk. Zes meisjes staan ons zenuwachtig op te wachten. Met hun hoofddoeken - in Sumatra is het merendeel weer moslim - lijken het wel nonnetjes. Ze bieden ons een welkomstdrankje aan (bananensap) maar de kinderen zijn te moe om er nog veel van te drinken. Meteen in bed dan maar in onze twee mooie aanpalende kamers en zien wat de dag morgen brengt.

Afscheid van Bali

Vandaag een dagje vliegen. Van Bali naar Jakarta, van Jakarta naar Medan op Sumatra. Sumatra is ons laatste eiland. Terug naar het echte leven, naar de jungle, terug naar het noordelijk halfrond. Het laatste deel ook in ons drieluik. We zitten zeven uur vast op de luchthaven van Jakarta tussen de twee vluchten. Tijd genoeg dus om onze acht dagen Bali te beoordelen. En dat is moeilijk. Aan de ene kant waren er twee superadressen. Het restaurant in Permuteran was wereldklasse. Niet alleen het eten maar het uitzicht op de baai, subliem, minstens één ster waard. Het hotel in Munduk evenzeer. Het uitzicht vanuit de kamer was gewoon fantastisch. Vanuit elk raam keek je uit op de vallei die sterk leek op Toscane maar dan met palmbomen, rijstvelden en bananenbladeren. Vijftien kilometer verder zag je de Javaanse zee en de kustlijn. Aan het bureautje dat voor één van de ramen stond, zou je gewoon een boek kunnen schrijven. Onze ervaring aan de koraalrotsen van het eiland Menjangan is ook onbeschrijfelijk. Snorkelen staat vanaf nu op ons verlanglijstje en we zijn al het nadenken over hoe we diepzeeduiklessen kunnen volgen voor een volgende trip. Nooit zoiets moois gezien als die dag in Bali. Maar voor de rest, mist dit eiland bezieling. De mensen zijn vriendelijk maar nooit van harte. Het eiland staat vol tempels maar geen één die ons ook maar in vervoering bracht. De wegen zijn niet zo druk als op Java, dat is een pluspunt, behalve in Ubudcentrum. We denken dat dit eiland heel mooi moet geweest zijn, maar toerisme heeft hier zijn tol geëist. Het resort in Pemuteran staat veel te ver van het echte leven om te beklijven. Goed om een weekje of twee uit te waaien, maar dat kan je als toerist ook in Honolulu of in Cancun. Het kuststadje Lovina is echt geen omweg waard. Alleen Munduk in de bergen is prachtig, al is ook hier alles wat een beetje toeristenvolk kan lokken, volledig tot het draadje uitgebuit. En Ubudcentrum is kapotgemaakt door de Japanse, Amerikaanse en Australische surfboys en strandgirls van de beaches van het zuiden van Bali. De omgeving is prachtig maar de stad is fake kunst. De markt is een toeristenmarkt geworden waar onze kinderen heel graag liepen te snuisteren, maar meer ook niet. Wij bleven op onze honger zitten. Bali lijkt op een kruising tussen India, het hindoeïsme en Thailand maar dan wel zonder ziel. Het heeft ons in ieder geval niet beklijfd. Mochten we ooit nog terugkomen, dan alleen voor Munduk en het plattelandsleven rond Ubud en Sidemen met de mooie rijstvelden en de prachtige natuur. Java was meer ons ding. Nu nog Sumatra.
Morgen gaan we de jungle in. Onze accommodatie is vrij eenvoudig. We moeten er met een bootje heen, met weinig bagage. En er is maar elektriciteit van 18 tot 24 uur. Internet zal er dus niet zijn. Geen idee dus wanneer we nog iets kunnen posten. Maar als jullie de volgende dagen aan ons denken, zitten we misschien tussen de olifanten of de oerang oetangs.